Waarom blijf je drijven

De lawine moet men zich als een bewegende massa voorstellen die vergeleken kan worden met water. De lawine bestaat uit allemaal kleine sneeuwkristallen die bij het naar beneden glijden in een enorme turbulentie raken. In deze turbulentie worden alle voorwerpen met een groter oppervlak als de sneeuwkristallen automatisch naar boven gestuwd, het zo genaamde sorteringeffect.

Afbeelding voorbeeld lawinerugzak

Eenmaal aan het oppervlak gekomen is er weinig turbulentie meer en dus ook geen stuwkracht meer omhoog, de soortelijke massa van het slachtoffer gaat dan mee spelen. Om op dat moment het wegzinken te voorkomen moet het volume van het slachtoffer groot zijn, ofwel de soortelijke massa moet kleiner zijn dan die van de sneeuw. De poedersneeuw heeft ongeveer 2,5 meer volume per kilogram als dat van een mens. In getallen; 100 kilogram poedersneeuw is 250 liter en dat van een mens (van 100 kg) is 103 liter. Om een mens in de bewegende sneeuw te laten drijven zal hij een volume moeten hebben van 250 liter, dus 250-103 is ongeveer 150 extra.

Dus de lawinerugzak zorgt voor tweemaal 85 liter, is 170 liter extra, waardoor het slachtoffer op de lawine blijft drijven. Ter informatie: De uitdrijfkracht die ervoor zorgt dat groter voorwerpen in de bewegende sneeuwmassa omhoog worden gestuwd, is ook de reden dat de helft van de lawine slachtoffers bovenop de sneeuw liggen op het moment dat de lawine uitgeraasd is, deze mensen hebben dan dus geluk